
Eddy Vermeulen
Eddy Vermeulen, beter bekend als Ever Meulen, ontving eerder dit jaar het eredoctoraat van de VUB omdat hij Brussel een gezicht heeft gegeven. In zijn affiches en illustraties toont hij de stad zoals ze leeft: gelaagd, eigenzinnig en vol detail. Een stad waar nostalgie en moderniteit moeiteloos samenkomen. Met zijn kenmerkende beeldtaal bracht hij Brussel tot ver buiten de landsgrenzen onder de aandacht en groeide hij uit tot een blijvend beeldambassadeur van de hoofdstad.
Voor erebestuurder Gilbert Putteman is dat reden genoeg voor een diepte-interview.
Ever Meulen, pseudoniem van Eddy Vermeulen (° Kuurne 12 februari 1946), is een Vlaamse graficus en illustrator. Hij werd zopas gelauwerd met een eredoctoraat van de VUB en ULB. Het werd een heerlijke namiddag, vol herinneringen en nostalgie. Er werd gepraat over kunst en zoveel meer. Samen met een talentvolle laatstejaarsstudente, Lynn Smagghe (fotografie-campus Narafi), mocht ik hem bezoeken.
Ever Meulen woont in een gerestaureerd art-decohuis in Brussel, waar hij ook zijn atelier heeft. Het huis is een ode aan de prachtige lijnen en interieurs van de atoomjaren. Over elk hoekje is nagedacht. Zijn favoriete steunkleur, machinegroen of seafoam green, is alom aanwezig. Een plakkaatje aan de inkomdeur van de woonkamer herinnert ons aan de voorliefde voor het groen en opdat niemand er zou aan twijfelen, werd zelfs de koffie in groene kopjes uitgeschonken. Zijn echtgenote Viviane heeft een voorkeur voor het okergeel. Beide kleuren vinden we terug in de ruime woning. Het geeft het vintage interieur een zalige rust.
Het was geen evidentie voor Eddy om vanuit West-Vlaanderen uiteindelijk terecht te komen in Sint-Lambrechts-Woluwé. Hij heeft er nooit spijt van gehad.
Bijzonder is dat hij achteraf is te weten gekomen dat Hergé en Edgar Jacobs hier allebei in een zijstraat woonden. Wat een toeval! Twee zielsgenoten wiens werk hij bewondert. Wie meer wil vernemen over de genialiteit, creativiteit, maar ook de rivaliteit die bestond tussen Hergé en Jacobs verwijs ik naar een boek, dat deze maand verscheen (januari 2026), met als titel ‘Du duo au duel’. Het werd geschreven door Eric Verhoest en is uitgegeven bij Éditions Moulinart, Casterman 2026.
Huwelijk
Hij huwde met de uit Brussel afkomstige Viviane Smekens. Zij werd op hem verliefd, niet alleen omdat hij zo talentvol is, maar ook omdat hij zo bescheiden is. Viviane is een gediplomeerde filosoof en pedagoog. Zij was directrice van het atheneum in Anderlecht. Op de schoolbanken van het Atheneum ontmoette zij heel wat jonge voetballers. Toen Eddy haar leerde kennen, gaf ze moraal, daar waar Eddy katholiek was opgevoed. Er wordt mij verteld dat dit voor heel wat pittige discussies zorgde.
Hij studeerde grafiek aan het Sint-Lucas Gent en Brussel . Hij doceerde ook in Sint-Lucas Gent en dit van 1993 tot 2009, alwaar hij het Atelier Illustratie leidde. Daarover verklaarde hij ooit aan Vincent Baudoux naar aanleiding van een ateliergesprek in augustus/september 2002 dat het onderwijs in zijn periode degelijk, maar niet zo progressief was. Gelukkig is deze tijdsperiode voorbij en zijn de huidige docenten super vooruitstrevend. Om niemand te vergeten, vermeld ik geen namen.
Toch bewaart Eddy de beste herinnering aan zijn doortocht in Sint-Lucas. Hij leerde er composities maken, evenwicht, kleurnuances en tekenen op groot formaat waren basiselementen voor elke student. Hij kreeg o.m. les van Luc Verstraete, die in de jaren '50 furore maakte als boegbeeld van een nieuwe generatie Vlaamse grafici. Hij vormde o.m. kunstenaars als Eddy Vermeulen, Gal en André Sollie.
Eddy was van in zijn prille jeugd bezeten door het tekenen (en hij was ook steeds de beste van zijn klas) Eddy vermeldt graag dat hij toen al op zijn kot in Brussel een kleurenzeefdrukpers had waarop hij meteen affiches in zilver- en goudkleur drukte van o.m. Zappa en andere rocksterren. De huur van zijn kot betaalde hij trouwens met wat hij bij de toenmalige BRT verdiende als sneltekenaar voor Wie Weet Wint, een quiz tussen scholen.
Verdere evolutie van zijn loopbaan
Hij begon zijn tekenloopbaan in 1970 bij het weekblad Humo met humoristische portretten van popvedetten. Hij vertelde me dat hij heel wat te danken heeft aan Guy Mortier, toenmalig directeur van het pas opgerichte blad Humo.
Zoals iedereen ging hij naar het leger. Blijkbaar had hij geluk. Hij mocht tekenen voor het maandelijks militair blad dat onder de vier strijdkrachten verspreid werd.
In 1973 werden de tekeningen van Eddy voor het eerst in Nederland gepubliceerd in het stripblad ‘Tante Leny presenteert’. In 1974 kocht hij met zijn eerste spaarcenten een oude Oldsmobile evenals een Wuritzer jukebox uit de jaren 40. De oude oldtimer diende volledig hersteld te worden. Tien jaar stond hij in de garage bij vader. Hij kocht de auto voor de vorm. Deze en andere sierlijke objecten zouden vanaf 1974 veelvuldig in zijn tekenwerk opduiken. In 1976 verscheen op de kaft van het Franse stripblad Surprise een glimmende aquarel. In 1977 opende de omslag voor het Nederlandse tijdschrift Furore nieuwe perspectieven.
In 1978 reisde Eddy Vermeulen naar Amsterdam met een hele serie striptekeningen voor de muziekkrant OOR. Het jaar nadien zou hij ook 70 tekeningen maken m.b.t. popmuziek voor datzelfde blad. Datzelfde jaar reisde hij ook naar Italië. In 1979 werden zijn beste omslagtekeningen in een affiche gecompileerd. De covers zelf werden tentoongesteld in het Hyatt Regency Hotel te Brussel. Thans heeft hij zonder de minste twijfel de status van internationaal illustrator verworven.
“Mortier daagde me uit met heel verschillende thema’s. Op de poppagina’s moest een tekening komen van Rod Stewart en de week nadien ook een poster met Roxy Music. Tegen de volgende dag graag een cover bij een dossier psychiatrie en een illustratie bij de serie over ‘Het Rode Orkest’. Daarbij wekelijks een ‘ kop boven de ttt-pagina’s, liefst grappig! “
Als erfgenaam van de bekende Belgische striptekenaars ontwikkelde Eddy al snel een eigen stijl waarin muziek, architectuur, auto’s en typografische vormgeving op sterk gestileerde wijze worden behandeld. Hij tekent nog altijd op een ouderwetse manier. Iedereen werkt nu op het scherm. Hij wil dat niet. Voor hem zijn papier, potlood en een gommetje, pen en Chinese inkt voldoende. Steeds heeft Eddy zijn potlood gebruikt om gestalte te geven aan zijn tekeningen en verhalen. Het liefst tekent hij op een A4'tje. Ook benadrukt hij herhaaldelijk dat hij geen striptekenaar is. Voor hem is een tekening iets autonoom, hetwelk op zichzelf een verhaal kan vertellen, zonder dialogen of tekstballonnetjes.
Zonder de minste twijfel wordt hij beschouwd als iemand die de heldere, zuivere lijn beoefent en nastreeft doorheen gans zijn oeuvre. Hij bouwt met lijnen zoals anderen dat met de ruimte doen. Bij hem is de lijn nooit decoratief, zij denkt na……
Zijn lijnen zijn helder, klaar en sensueel tegelijkertijd. Tijdens ons lange gesprek vertelde Eddy me dat hij als 7-jarig jongetje een tekenwedstrijd won, uitgeschreven door de gemeente (waar zijn vader werkte) en met als thema ‘Slag aan de Leie’. Zijn tekening werd ingelijst en opgehangen in het bureau van de burgemeester, en dit tot grote fierheid van vader Vermeulen en hemzelf. Daarenboven was de eerste prijs: een potje Chinese inkt. Eddy dacht dat dit het enige potje was. Hij was er zeer zuinig op mij. Misschien moet de oorsprong van de zuivere-klare lijn daar gezocht worden. Om nog wat meer inzicht te krijgen in die typische ‘rechte lijn’, het handelsmerk van o.m. Eddy Vermeulen verwijs ik gewoon naar zijn tekeningen.
Zijn stijl is een hedendaagse interpretatie van de klare lijn. In zijn werken vinden we elementen terug uit de decoratieve jaren 30, de optimistische naoorlogse periode en de uitbundige jaren '50. Dit betekent niet dat zijn tekeningen daarom altijd ernstig zijn.
In zijn veelvuldige gesprekken met Vincent Baudoux vertelde hij ooit : “….Or j’aime trop jouer, je l’ai déjà dit. Pas seulement dans le dessin, mais dans la vie. J’adore < zieveren > comme on le dit à Bruxelles, blaguer, faire des farces, mais jamais de façon méchante. Autant dans la vie que dans le dessin, c’est pareil….” (Conversation avec Vincent Baudoux , 72). Ik kan dit alleen maar beamen. Tijdens ons gesprek, een lang gesprek, werd er gelachen, veel gelachen.
Eddy houdt van Brussel. Zijn werk is net als Brussel zelf, een heerlijke mengeling tussen humor en elegantie, herinnering en verbeelding.
Brussel is voor hem een blijvende inspiratiebron. Niet alleen woont hij er, maar hij is ermee verknocht. Doorheen zijn ganse oeuvre laat hij zien hoe de stad is, hoe ze beweegt en evolueert. Hij heeft de stad vaak getekend. In opdracht van het legendarische muziekfestival Mallemunt, ook voor het Kaaitheater of voor popgroep Telex…..
Hij is een echte Brusselaar, een ‘zinneke’. Hij bekeek Brussel niet alleen met het oog van een stadsmens, maar ook met het oog van een kunstenaar. Hij creëerde een herkenbaar en universeel universum.
Als men zijn diverse tekeningen met de nodige afstand bekijkt, komt men tot de vaststelling dat Eddy als het ware de stad heruitvindt, ze opnieuw creëert. Een auto wordt een volume, een straat wordt een compositie. Men voelt de invloed van Franquin, Macherot en Hergé vermengd met de geest van de alternatieve Amerikaanse strips en een heel bijzondere gevoeligheid. Toch is het vooral Edgar P. Jacobs die hem via zijn strips ‘Blake en Mortimer’ stimuleerde om ‘mannekes’ te blijven tekenen.
Terloops: Thans is Peter van Dongen uitgegroeid tot de vaste tekenaar van Blake en Mortimer. Jacobs, net als van Dongen, tekent in wat de klare lijn is gaan heten, een duidelijke en tegelijk gedetailleerde en nogal bewerkelijke tekenstijl. In januari '26 verscheen trouwens 'De Atlantische dreiging', een nieuw album van deze oer-Belgische stripklassieker.
Dat hij een liefhebber is van architectuur en van auto’s kan niet ontkend worden. Vooral voor de grote Amerikaanse sleeën heeft hij een zwak. Voor de vorm heeft hij een bijzondere interesse.
In de jaren 70 en 80 bepaalde Eddy ook mee het beeld van de opkomende Nederlandstalige culturele scène in Brussel, en dit met zijn bijdragen aan de Beurskrant van de Beursschouwburg en zijn affiches voor het festival Mallemunt of het Kaaitheater.
Hij publiceerde ook in de Volkskrant. Voor het Amerikaanse blad The New Yorker realiseerde hij heel wat covertekeningen. Dit is vrij uitzonderlijk. We situeren ons in de jaren 90, begin 2000. The New Yorker was steeds op zoek naar het betere werk. Art Spiegelman (voor wie hij ooit al in de USA exposeerde) was zeker belangrijk voor de contacten bij het hierboven vermelde prestigieuze tijdschrift.
Dit alles belet niet dat steeds weer Brussel als een rode draad doorheen zijn ganse oeuvre loopt. Zonder enige overdrijving durf ik te poneren dat hij voor een eigen, persoonlijke Brusselse beeldcultuur heeft gezorgd.
“... dat men hem vaak als de visuele ambassadeur van de hoofdstad beschouwt. Brussel is mooi om te tekenen omwille van de verrassende hoogteverschillen. Straten duiken ineens naar beneden of klimmen steil naar boven. Daardoor ontstaan er nieuwe perspectieven en verhuist de horizon naar een ander niveau. Gezien vanaf het Koningsplein, de Place Royale, ligt de laagstad er lang en breed bij , heel panoramisch en heel horizontaal.. De chique hoogstad en de Louizalaan en de betere buitenwijken richting Tervuren zie ik daarentegen eerder verticaal."
Ever Meulen en de platenhoezen
Eddy heeft tijdens zijn ganse carrière al heel wat platenhoezen ontworpen. Alhoewel dit zeer arbeidsintensief is, deed hij dit zeer graag. Als muziekliefhebber vond hij het fijn zijn werk te kunnen tonen aan een publiek dat van muziek houdt. Zo ontwierp hij o.m. de hoes van de plaat cha cha cha van Raymond van het Groenewoud. Deze laatste werd een vriend.
Rock in Stock
Dit is een heerlijk kijkboek voor iedereen. Het bevat een uitgebreide selectie rockillustraties. Eddy, zoals reeds vermeld, studeerde grafiek aan het Sint-Lucasinstituut te Gent en Brussel, waar hij jaren later ook les zou geven aan tekenaars als Brecht Evens, Brecht Vandenbroucke en Pieter De Poortere om er maar enkele te noemen. Rock Stock bevat een verzameling van meer dan 50 jaar muziekillustraties.
Een travelboek voor Louis Vuitton
De Belgische illustrator Eddy Vermeulen tekende in opdracht van Louis Vuitton een travelboek rond Brussel, de stad die hem zijn carrière lang inspireerde. In 120 tekeningen komen niet alleen iconische referenties als het Atomium, Kuifje en Magritte aan bod, maar ook heel wat architecturale parels uit de hoofdstad passeren de revue. Van de Grote Markt en Paleis Stocklet tot het viaduct van Vilvoorde. Ook de Villa Empain komt aan bod. Dit boek is voor mij niet alleen een hommage aan de stad, maar ook aan het tekenen zelf.
Tenslotte verduidelijkt hij nog : “Met dit boek wil ik hulde brengen aan Brussel. Aan deze stad heb ik alles te danken. Brussel heeft me als jongeman binnengeloodst in de twintigste eeuw en me mijn helden geschonken : René Magritte, Hergé, Jacques Brel, Eddy Merckx, Jacky Ickx, Arno. Bovendien teken ik het liefst dingen waar ik van hou, en die ik dus goed ken.”
Voor het Vuittonboek werkte hij met kleurpotloden. Zijn werk heeft iets Belgisch, surrealistisch, meestal met een kwinkslag. In het Vuittonboek is Kuifje overal (zie de havenpagina). Dit doet me onbewust denken aan De Krab met de Gulden Scharen.
Eddy is steeds op zoek naar de humor in een tekening. Zie hoe de schouw van de Karaboudjan zich neerlegt om onder de brug te komen! En Zonnebloems haaienduikboot vinden we terug in het kanaal. Op veel prenten heeft hij ook een berg getekend met daarop een huisje. Dat is zijn eerbetoon aan Pieter Breughel en het Pajottenland, dat zich in de buurt van Brussel situeert.
Ook vermeld ik graag dat er in het Travelbook een tekening werd opgenomen waarop al zijn Brusselse vrienden, de Brusseleirs, werden weergegeven: Men ziet o.m. Viviane (zijn echtgenote die fotografeert), Kompany, Jackie Ickx, Eddy Merckx, Toots Thielemans, Jacques Brel , Arno, Marc Didden, Philippe Geluck , Hergé…..
“Ik heb voor het boek heel wat plekken opnieuw bezocht, samen met mijn vrouw Viviane. We maakten elke zondagochtend een autorit met mijn Corvair uit 1960, telkens met het idee: daar moeten we nog eens naartoe. Ik maakte schetsjes. Viviane maakte terzelfdertijd foto’s, een soort ‘behind the scenes‘. Het werd ons eerste gezamenlijk project…”.
Ever Meulen en enkele van zijn studenten
Eddy blijkt voor velen een bijzondere lesgever geweest te zijn. Ik slaagde erin enkele getuigenissen te bekomen van een aantal van hen die ondertussen zelf een stevige reputatie opgebouwd hebben.
Brecht Vandenbroucke
Ik denk daarbij aan Brecht Vandenbroucke. Hij houdt zich vooral bezig met schilderen, strips en illustratie Hij werkt graag met verwijzingen naar popcultuur, waarbij hij zich af en toe laat inspireren door de Disney-cartoons-pop-art) die me het volgende meedeelde:
“…Toen hij les gaf bracht hij vooral veel goede boeken mee, waardoor we veel (voor ons) nieuwe tekenaars leerden kennen en hij kon er vol bewondering over vertellen. Dit is iets wat ik door hem zelf ook doe bij de studenten, er zijn zoveel verborgen of vergeten goede dingen gemaakt en hij kon de studenten hiervoor warm maken, waardoor we bewuster werden, een soort historisch besef.
Hij gaf me ook eens een zeer mooie plaat van Coldcut (What’s that noise), met cover art van Mark Beyer, waar ik grote fan van ben. Ik heb hem ingekaderd.
Brecht Evens en ik hebben hem ook ooit eens geïnterviewd over zijn handgetekende typografie, voor een keuzevak, op cassette. Hij gaf me daarvoor ook zijn uitstekend boek ‘typis’.
Verder hamerde hij ook erg op het vakmanschap van de illustrator, met het bijbehorende metier en de kunde. En er waren altijd veel mopjes en woordspelingen in het atelier uiteraard. Voor de tentoonstelling ‘Eddy Vermeulen en friends’ in Seed Factory Brussel in 2017 tekende ik ook ooit het tribute in bijlage. Daar is trouwens ook een goede catalogus van gemaakt met heel veel tekenaars…..”.
Brecht Evens
Brecht Evens is een Belgische stripauteur en illustrator die in Parijs woont. Verscheidene van zijn stripromans werden in het Frans, Engels, Duits, Spaans, Deens, Noors, Italiaans, Russisch, Koreaans, Pools, Portugees, Sloveens, Turks, Slovaaks en Oekraïens vertaald en internationaal gelauwerd. Hij behaalde o.m. de speciale Prijs van de Angoulème-festivaljury. Tevens vermeld ik nog graag (net als Eddy) dat hij in 2016 voor de Fondation Louis Vuitton een boek over Parijs publiceerde. Hij was de eerste Belgische kunstenaar die voor de kunstzinnige reeks reispublicaties van deze uitgeverij werd gevraagd.
M.b.t. Ever Meulen bezorgde Brecht Evens me de volgende impressie: “…Ik ken Eddy niet heel goed, maar met het werk van Ever Meulen ben ik zo intiem verwant dat we bloedschennis riskeren. Zijn grafische haute cuisine is me van kinds af aan ingelepeld door HUMO en heeft me naar Sint-Lucas Gent gelokt. Daar gaf hij uitleg bij zijn grote, ingewikkelde posters, details aanwijzend als bezienswaardigheden op een landkaart, tevreden spinnend onder zijn snor. Net als ik vindt hij het grappig om zichzelf wat te bewieroken. Ik apprecieer dat aan hem, maar haantjes als wij moeten niet samenhokken. Uiteindelijk heb ik in Gent vooral les gevolgd bij een kraai.
Weinig andere tekenaars zijn zo volledig en volop tekenaar. Voor zover ik weet valt zijn hele oeuvre binnen die categorie en verkent hij vrijwel alles wat er daarbinnen te doen valt. De Eddy Meulen van bijvoorbeeld New York, Day and Night (1994), is een frisse kubist, een strakke Saul Steinberg, een goedgeluimde grafische George Grosz, gespecialiseerd in verrassende ruimtewerking. Hij laat onze ogen struikelen door te goochelen met plat en diep, voor- en achtergrond, tangent, perspectief, punt, lijn, bol en veelhoek. De heldere uitvoering houdt al deze gekheid leesbaar, trouw aan het principe dat je een goede punchline niet weg mompelt.
Zijn invloed op mijn prenten is makkelijk te zien , zodra je mijn wazige strepen voorstelt als klare lijnen. Ik hoorde (of droomde) dat hij in Parijs een tafel vol illustere collega’s uitdaagde om te zien wie met de vrije hand de perfecte cirkel kon tekenen. Ik weet niet wie dat tornooi heeft gewonnen, maar mijn geld staat op Ever Meulen… “
Met het werk van Ever Meulen ben ik zo intiem verwant dat we bloedschennis riskeren. Zijn grafische haute cuisine is me van kinds af aan ingelepeld door HUMO en heeft me naar Sint-Lucas Gent gelokt.
Gelauwerd
Hij werd herhaaldelijk gelauwerd. Alzo werd hem o.m.de Henri Van de Velde award toegekend voor zijn gehele oeuvre. In december anno 2025 werd hij opnieuw bekroond. Er werd hem een eredoctoraat toegekend (tezamen met Lize Spit/ Amélie Nothomb/ François Schuiten/ en Paul Van Haver (Stromae)).
De vijf gelauwerde kunstenaars hebben allemaal een speciale band met Brussel. Als motivering van hun bekroning werd zowel door de rector van de ULB als door deze van de VUB vermeld wat volgt: “…Cultuur is een territorium , een weelderig bos , een immense tuin vol kleuren en opmerkelijke soorten die voor iedereen toegankelijk is en waar iedereen geduldig leert om emoties te voelen om zijn of haar gevoeligheid te ontwikkelen en een gevoel van menselijkheid te cultiveren.
Onze jeugd begrijpt dat, want zij zijn diegenen die zorgen voor voortdurende vernieuwing : creativiteit is een kwetsbaar domein, omdat het zo intiem, zo persoonlijk is. Het is het domein van risico’s nemen ,van grenzen verleggen en muren afbreken, van het niet toegeven aan het recht van de sterkste……Het denken mag zich nooit laten onderwerpen…..en de artistieke creativiteit evenmin…”.
Eddy Vermeulen blijft bij dit alles zeer rustig. Laat hem maar verder creëren.
Op een rustig moment wil ik ons gesprek verder zetten. Ik wil hem vragen of hij hetzelfde parcours zou volgen als nu. Of hij bepaalde adviezen zou geven aan de komende generatie. Er is nog zoveel om over te praten. Op het ogenblik dat ik deze tekst beëindig, is Eddy 80 jaar geworden. Ik wens hem niet alleen proficiat, maar ben ook echt onder de indruk van zijn carrière. Eddy denkt na en blijft bescheiden.
Putteman Gilbert
Kunstcriticus, voorzitter klankbordgroep Alumni Luca



